Fenter & Daniels

In de Gouden eeuw was de lokroep uit het Verre Oosten voor veel Europeanen te groot om thuis te blijven, daar lag rijkdom, aanzien en avontuur te wachten. Op Ceylon, nu Sri Lanka, waren kaneel, olifanten en parels volop voor handen (de parelhandel leverde evenals de olifantenhandel zo'n 200.000 gulden per jaar op). Maar kaneel was voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie veruit het belangrijkste product omdat dat nergens anders geleverd werd.
In Indonesië kon men producten krijgen die op de Hollandse markt erg zeldzaam of zelfs onbekend waren: specerijen, porselein, zijde, satijn, damast, sabels, edelstenen, goud en schildpadden. Ook brachten peper, kruidnagels, nootmuskaat en foelie veel winst op voor de Nederlandse ondernemers.

 

Ook de heren Fenter en Daniels konden geen weerstand bieden aan de verleidingen en verlieten Patria. De Soldaat Daniels was in dienst van de VOC samen met de ondernemende Fenter vormde Daniels een dynamisch team. In Batavia vernamen zij van een Chinese handelaar over een enorme schat in Zuid-India, verstopt onder een overwoekerde tempel in de jungle. Door de handel met de Arabieren en later de Portugezen was er in de 16e eeuw zo’n groot fortuin opgebouwd door de lokale koninklijke familie dat men er vrijwel geen bergplaats voor zou hebben. Op een retourreis vanuit Batavia naar Galle (Ceylon) hebben de twee mannen vervolgens samen de overtocht gemaakt naar het prinsdom Travancore, de tegenwoordige Indiase deelstaat Kerala.

 

Volgens de legende vonden zij na een aantal maanden speuren via oude verbindingspaden en aanwijzingen van de handelaar de aan het oog onttrokken tempel. In the holst van de nacht konden zij vervolgens hun slag slaan. Het verhaal gaat dat de mannen vanwege de onbeschrijfelijke omvang van de verborgen schat slechts een beperkt deel van het ‘vergeten’ goud konden meenemen. Door een slimme alliantie aan te gaan met Chinese handelaren konden zij al snel langs soldaten en een Portugese militaire post glippen. Toeval of niet maar vrijwel direct daarna brak daar een nieuwe strijd uit tussen de Nederlanders en Portugezen die tot in de 18e eeuw werd doorgezet.
Deze illustratie van doorzettingsvermogen, vindingrijk speurwerk en samenwerking heeft ons geïnspireerd in de naamgeving.